Hoogwater op het elektriciteitsnet

Hoogwater op het elektriciteitsnet

Als het water stijgt, verhogen we de dijk. Eeuwenlang was dat rationeel beleid in Nederland. Tot we inzagen dat klimaatverandering en betaalbaarheid dit beleid onhoudbaar maakten. Rijkswaterstaat koos met het programma Ruimte voor de Rivier voor een systemische benadering: dijken verleggen, uiterwaarden herstellen, meanders terugbrengen. Gemeenten en waterschappen streven naar water vasthouden via wadi’s en afkoppeling van regenwaterafvoer. We vechten niet langer tégen het water, maar werken mét het watersysteem.

De totstandkoming van een duurzaam energiesysteem kent een vergelijkbaar spanningsveld. Netcongestie fungeert als een hoogwateralarm. Ook hier draait het om balans – tussen vraag en aanbod, tussen centrale infrastructuur en decentrale dynamiek. De reflex is begrijpelijk: verzwaren, uitbreiden, versnellen. “Bouwen, bouwen, bouwen”, want leveringszekerheid staat op het spel. Netbeheerders opereren in crisismodus met noodmaatregelen, van tijdelijke opwek tot congestiemanagement.

Maar zoals bij watermanagement alleen de dijk verhogen geen houdbare strategie is, geldt dat ook voor ‘bouwen, bouwen, bouwen’. Netuitbreiding kost veel tijd, geld en ruimte. Het energiesysteem claimt volgens een grove berekening tien procent van onze leefruimte. De opkomst van ‘energieplanologen’ is een teken aan de wand en een symptoom van systeemdruk.

De kernvraag is dus niet óf we moeten uitbreiden, maar hoe dat past in een robuust en betaalbaar langetermijnontwerp. Wat lossen we lokaal op, zodat regionale en nationale netten ontlast worden? Hoe benutten we flexibiliteit in vraag, opslag en conversie? Welke ontwerpprincipes hanteren we bij de bouw van honderdduizenden woningen en nieuwe wijken: all-electric zonder gebiedslogica, of geïntegreerde energieconcepten met lokale bronnen en vraagsturing?

In een recente aflevering van LEO in Gesprek sprak ik hierover met planoloog Jeroen Niemans, auteur van het essay Energieplanologie bestaat niet. Zijn punt: “energie regel je niet aan een bijzettafeltje in de ruimtelijke ordening, maar hoort integraal meegewogen te worden”. Dat houdt in dat een deel van de oplossingen voor een duurzaam energiesysteem gevonden moeten en kunnen worden in andere domeinen. We bouwen honderdduizenden woningen in honderden nieuwe wijken: de potentie van innovatie is enorm.

Ook Peter Pelzer (hoogleraar Ruimtelijke Planning & Strategie TU Delft) benadrukt dat planologen “hoeders van de lange termijn” zijn. Juist nu – onder druk van congestie en geopolitiek – moeten we de vraag blijven stellen welk energiesysteem we willen: economisch houdbaar, ruimtelijk inpasbaar en maatschappelijk rechtvaardig.

De urgentie van vandaag mag het ontwerp van morgen niet verdringen. Net als in het waterbeheer vraagt de energietransitie om meer dan crisisinterventies. Ze vraagt om systeemdenken: werken mét de dynamiek van vraag en aanbod, mét ruimte, mét gedrag. Alleen dan voorkomen we dat de volgende overstroming – in dit geval van kosten en ruimteclaims – ons opnieuw verrast.

Het voelt soms alsof je, terwijl iedereen de dijken ophoogt, suggereert dat we de volgende overstroming beter anders kunnen voorkomen. Maar het is juist aan Platform LEO om die ongemakkelijke dialoog te agenderen. Want alleen maar dijken ophogen werkt niet meer — vraag maar aan Rijkswaterstaat.

Deel deze blog:

Andere Blogs